Verdieping > Wonderen > Het wonder van het zien

Het wonder van het zien

Johannes 5

Printen

Terug naar Wonderen

johannes5.gif
Hem zag Jezus, en hij vroeg hem: ‘Wilt u beter worden?’

Dit verhaal gaat over een man die al achtendertig jaar ziek was. Al achtendertig jaar wachtte op een wonder. Een wonder dat maar niet komt! Vreselijk moet dat zijn. Het klinkt misschien vreemd, dat Jezus aan hem vraagt: ‘Wilt u beter worden?’ Maar zo vreemd is dat niet. Want als je al zolang wacht, dan is alle hoop wellicht vervlogen. Dan ben je murw geworden. Dan hoeft het allemaal niet meer.

Het is een wonder, dat Jezus hem ziet! Het staat er zo nadrukkelijk: ‘Hem zag Jezus’. Ik denk dat niemand hem meer zag, allang niet meer. Hij was een soort meubelstuk geworden, een deel van het decor. Maar hier is dan het wonder: Jezus zag hem! Er wordt in de evangeliën wel vaker over het zien van Jezus gesproken. Soms staat er dan bij dat hij door dat zien met ontferming bewogen werd. Jezus’ blik is vol mededogen. Zijn zien is niet een koel observeren, of een ongeïnteresseerd toezien. Nee, het is een zien vol mededogen, dat voorafgaat aan de reddende daad. Zoals er zovaak in het Oude Testament van de Here god wordt gezegd, dat Hij ziet, dat Hij hoort. En dan staat er vaak direct achteraan dat Hij dan iets doen gaat, iets bevrijdends.

Zulk een zien is een wonder. Hebt u wel eens dit wonder ervaren? Dat iemand u echt zag. Dat iemand u zag staan. Dat u er voor hem of haar toe deed. Het wonder van het zien wordt in dit tijdperk dat zo vol is van het zien steeds zeldzamer lijkt het wel. Wij worden overstelpt met zien-prikkels. Vooral via de media. En daar stompen we aardig van af. Zien we nog wel wat we zien, of ‘zappen’ we gauw verder als we iets zien wat ons niet aanstaat? Een aardbeving, een overstroming, geweld op straat, aidspatiënten in Afrika, gehandicapte kinderen in Nederland. We ‘zappen’ gauw door naar amusement, want dat ligt toch wat lekkerder op je maag. We zien zoveel, zien we nog wel echt? Zien we die vrouw in het verzorgingstehuis, die altijd alleen voor haar raam zit? Hebben we er oog voor, dat iemand die altijd op de bridgeavond kwam nu al een tijdje ontbrreekt? Merken we op, dat we die man van driehoog al weken niet meer in de lift hebben gezien?

‘Hem zag Jezus’. Met dat zien begint het wonder. Ja, dat zien is eigenlijk al het wonder. De rest volgt daaruit. ‘Wilt u beter worden’, vraagt Jezus hem. En hij antwoordt: ‘Heer, ik heb geen mens…’ Ja, zo vergaat het velen die langdurig ziek zijn. Je komt in een isolement terecht. Eerst komen je collega’s nog. Maar als je eenmaal in de wao zit, zie je die niet meer. Eerst vragen je familieleden nog naar je gezondheid, maar als het te lang duurt, blijven de telefoontjes weg. In het begin bezoeken ze je nog wel, mensen van je kerk of je geloofsgemeenschap. Maar na verloop van tijd vergeten ze je. ‘Heer, ik heb geen mens…’ Wat klinkt daar een diepe eenzaamheid in door. Laten wij toch nooit vergeten hoe goed het kan doen, als je eens belt, eens een bloemetje brengt, gewoon eens langs gaat.

Jezus zegt dan een kort woord: Sta op, neem uw matras op, en wandel. En dit korte woord is genoeg. Er gaat zo’n kracht van Jezus’ woord uit, dat deze chronisch zieke man terstond genezen is. Dat is een groot wonder. Voor het verstand niet te volgen. Maar het zegt iets van het goddelijk gezag waarmee Jezus spreekt. Zijn woord is vervuld van geestkracht. De eeuwen door hebben mensen dit ervaren, dat Jezus’ woord een goddelijk gezag heeft, een bevrijdend gezag. Dat woord is tot hen gekomen door een preek, een lied, een medemens die in de naam van Jezus sprak, of op een stil moment, lezend in de bijbel. Hun leven is daardoor op een nieuw spoor gezet. Hebt u dat wel eens ervaren? Durgt u zich ervoor open te stellen, dat er Eén is die u ziet, die u bij name kent, die u aanspreekt met zijn woord, die u roept bij uw naam. Die u in de ruimte wil stellen? U wil laten delen in zijn geestkracht? Wat een zegen, als je dit geloven durft. Dan ervaar je een wonder!

Het badwater van Bethesda

Er is iets wonderlijks met dat water van Bethesda, althans, volgens sommige handschriften. In vers 4 staat dat vantijd tot tijd een engel van de Heer neerdaalde en het water van het bad in beweging bracht. Wie er dan het eerst inkwam, werd genezen. Nu is het zeer waarschijnlijk, dat het hier om een latere toeevoeging aan de tekst gaat. In sommige van die toevoegingen gaat men nog verder: de engel baadt zelf ook in het water. Het is onduidelijk waar deze bewering op slaat en waar zij vandaan komt. In het vervolg speelt deze miraculeuze toevoeging ook geen rol meer. Bij opgravingen is duidelijk geworden dat hier een beel stroomde die in tweeën gedeeld werd door een dikke muur, waar een hal op gevestigd was. Om de beek liepen nog vijf andere hallen. Het is mogelijk, dat het volksgeloof uitging van geneeskrachtig water, reden waarom men daar de zieken bracht.

Het zien van Jezus

In de evangeliën wordt vaker met nadruk gewezen op het zien van Jezus, en soms wordt daar bijgezegd, dat hij dan met ontferming bewogen werd. Wellicht dat hiermee teruggegrepen wordt op oud-testamentische uitspraken over het 'zien' van God, zoals in Exodus 3 waar de HEEr tegen Mozes zegt: Ik heb de ellende van mijn volk gezien, hun schreeuwen heb ik gehoord, en ik ben nu gekomen om hen te redden. Het zien is dus niet het zien van een toeschouwer, maar het is heel betrokken, en het wordt gevolgd door daadwerkelijk ingrijpen.

Het vragen van Jezus

Waarom vraagt Jezus aan de man of hij wel gezond wil worden? Ging Jezus er vanuit, dat de man alle hoop had opgegeven en wellicht helemaal apathisch geworden was? Of veronderstelde hij een soort neurotische gehechtheid aan zijn gehandcapte bestaan? Ik denk zelf, dat Jezus met deze woorden de bereidheid tot geloof en vertrouwen wilde peilen. Wel vaker vraagt Jezus iets dergelijks, zoals bij de blinde Bartimeüs: Wat wil je dat ik voor je doe? Ik proef hier ook respect in voor de zieke: laat hij zelf verwoorden wat hij wil!

De genezing

In tegenstelling tot de wat miraculeuze setting van dat badwater en het volksgeloof eromheen, is de genezingsdaad van Jezus heel eenvoudig. Hij volstaat met een woord, veel meer een uitnodiging aan de man om te geloven dat hij genezen is en daar nu dan blijk van te geven. Deze eenvoud, die het gezag van Jezus' woord en zijn uitnodiging aan mensen om te handelen in geloof uitdrukt, is typerend voor de manier waarop de evangeliën over Jezus' genezingsdaden spreken.

<vorige 1 2 3 4 5 6 [7] 8 volgende>